Biecht

Een  meisje knielde neer in het biechthokje en zei: ‘Zegen me, Vader, want ik heb gezondigd.’

‘Wat is er gebeurd, kind’, vroeg de pastoor.

‘Ik heb de zonde ijdelheid begaan, Vader’, antwoordde zij.
‘Meerdere malen per dag staar ik mijzelf aan in de spiegel en zeg tegen
mezelf hoe prachtig ik ben’.

De priester wendde zich naar haar toe, bekeek het meisje eens goed
en zei: ‘Ik heb goed nieuws voor je. Het is geen zonde…het is slechts
een vergissing’. 
Zon
‘Geld is de wortel van alle kwaad. En een mens heeft wortels nodig’. (Anoniem)

Een jongen gaat naar de pastoor met de boodschap dat hij gezondigd
heeft.

Pastoor: Wat heb je gedaan jongen?

Jongen: wel pastoor, ik heb een meisje naar huis
meegenomen.

Pastoor: Maar dat is toch geen zonde jongen?

Jongen: Toen nam ik haar naar
mijn kamer en betrapte mijn vader me.

Pastoor: Tjonge zeg, dat is zonde zeg Ster